This article is also published by the Dutch Digital Platform on Philanthropy and Social Investments ‘De Dikke Blauwe’ (Walburg Press).

Het doen van donaties wordt gezien als het kern product van fondsen. Dit is niet alleen hoe fondsen naar zichzelf kijken, maar het is ook hoe er door de buitenwereld naar de filantropie wordt gekeken. Bijna alle wet- en regelgeving over filantropie gaat over schenkingen. Ook in de media, die aandacht geven aan institutionele filantropie, wordt er bijna voetstoots vanuit gegaan, dat het doen van een donatie de norm is.  Zelfs zeer vooruitstrevende fondsen, die het uitschrijven van de cheque niet zien als een doel, maar als een middel voor een strategie, hebben vaak maar één instrument in hun financiële gereedschapskist: de donatie.

Tegelijkertijd zien we gelukkig over de laatste 25 jaar of zo een ontwikkeling, waarbij fondsen een andere interpretatie geven aan filantropie. Zij leggen een ander accent en willen juist investeren in lokale of nationale initiatieven in plaats van te doneren. Ik heb het hier niet over het duurzaam beleggen van het vermogen, maar ik heb het over de manier waarop het geld, dat met het belegde vermogen wordt verdiend, de deur uitgaat. Niet als donatie dus, maar als investering. Er is sprake van een ‘blended value proposition’, waarbij deze investeringen zowel een financieel als een maatschappelijk rendement hebben. Het is uitermate moeilijk voor de overheid om te begrijpen wat dit met filantropie heeft te maken, maar daar zal ik nu niet verder op ingaan.

Investeren als een nieuw ‘core product’ van fondsen kwam niet uit de lucht vallen. Het werd gevoed door een aantal ontwikkelingen, zoals de oprichting van de European Venture Philanthropy Association in 2004, door het werk van de Foundation Strategy Group en Rockefeller Philanthropy Advisors op het terrein van ‘mission related investing (MRI)’ rond 2005, door de voorlopers rol van de Ford Foundation op het gebied van ‘project related investing (PRI), en ook door de initiatieven van de Noaber Foundation in Nederland. Veel fondsen in binnen- en buitenland, die zich enkel oriënteren op wat nu ‘impact investing’ wordt genoemd, doen dit niet naast donaties maar in plaats daarvan.

In mijn ogen ligt er op dit continuüm met enerzijds donaties en anderzijds investeringen als uitersten een groot en interessant middengebied, dat helaas terra incognita is. Het krijgt te weinig aandacht. Een bepalend criterium om manifestaties van filantropie te beoordelen is voor mij: wat betekenen deze manifestaties voor de maatschappelijke organisaties als ontvanger. Laten we onszelf als fondsen niet overschatten. Niet wij zijn de ‘changemakers’ maar dat zijn juist de maatschappelijke organisaties die wij voorzien van onze donaties of investeringen. Wij faciliteren de ‘changemakers’, maar doen we dat op de juiste manier? Ik denk dat hier ruimte is voor grote verbetering. Er is dus alle reden om de dichotomie van doneren en investeren vanuit dit perspectief te bezien.

Fondsen, die zich alleen bezighouden met donaties, houden geen rekening met het feit dat sommige ontvangers zich willen en kunnen ontwikkelen tot culturele of sociale ondernemers. Voor hen staan donaties nu voor: ‘cash in’ en ‘cash out’ om vervolgens je hand weer op te houden. Zij zouden liever een lening krijgen of een garantie, waarmee zij naar een andere partij kunnen gaan om die lening of garantie te kunnen gebruiken als hefboom. Met een lening leren zij denken in termen van een balans met activa en passiva. Zij zijn kritisch op de afhankelijkheid, die wordt geschapen door donaties. Dat geldt uiteraard niet voor alle donaties, in veel gevallen zullen donaties het enige instrument zijn om maatschappelijke doelen te realiseren. Maar het verstrekken van een lening kan een superieur instrument zijn in al die situaties, waarin sprake is van een verdienmodel, hoe gematigd ook.

Fondsen, die zich alleen richten op ‘impact investing’, houden geen rekening met het feit dat ontvangers om hun ideeën investeringsrijp te maken, behoefte hebben aan donatie geld. Moet je dan als impact investeerder de ontvangende partij verwijzen naar fondsen, die zich bezighouden met donaties, zodat op die manier de verbinding tussen donaties en investeringen kan worden gelegd? Dat lijkt mij nogal inefficiënt en gecompliceerd. Zou het niet veel beter zijn, als fondsen zich bewust zouden zijn van de levenscyclus van een initiatief: in de beginfase is donatie geld nodig en dan is er een geleidelijke overgang naar investeringen. Die geleidelijke overgang kent interessante instrumenten: ‘recoverable grants’ en ‘forgivable loans’. ‘Recoverable grants’ zijn donaties, die worden gemaakt met de afspraak dat als de ontvangende partij zich ontwikkelt en opbrengsten gaat genereren, de donatie kan worden teruggestort. Een ‘forgivable loan’ is het omgekeerde. Een lening wordt verstrekt, die kan worden omgezet in een donatie als het initiatief geen inkomsten weet te genereren.

Laat mij twee korte voorbeelden geven van het voorgaande. Allereerst Sheltersuit: een water- en winddicht jack met een bevestigde slaapzak voor daklozen/vluchtelingen, gemaakt met restmateriaal en gemaakt door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is een fantastisch initiatief van de Start Foundation, dat ik heb geholpen van de grond te komen in de VS. Het model, dat nu wordt besproken met een paar Amerikaanse foundations is: in de fase van ontwikkeling van het product en het opzetten van een duurzaam bedrijfsmodel is er behoefte aan donatie geld. Dit wordt gezwaluwstaart met maatschappelijke leningen zodra er inkomsten komen, doordat de ‘sheltersuits’ worden ‘verkocht’ door partijen als ‘shelters’ en sociale woning organisaties.

Mijn tweede voorbeeld betreft werk, dat ik heb gedaan voor de TU Delft om te zien hoe bepaalde vindingen op medisch technologisch gebied, die uit de sfeer van het zuiver wetenschappelijk onderzoek zijn, maar nog niet kunnen worden verkocht aan Philips of Siemens, verder kunnen worden gebracht. In deze fase worden dit soort ontwikkelingen of vertraagd of versneld, afhankelijk van de mogelijkheid filantropisch geld in te brengen. Immers het zit ergens tussen overheid (onderzoeksgeld) en markt. De discussie, die ik had met een paar familiefondsen, was: waarom zouden wij donaties steken in een ontwikkeling, die later waarschijnlijk wordt overgenomen door Philips of Siemens. Laten we het hebben over een donatie, die kan terugkomen of over een lening, die we eventueel omzetten in een donatie.